Alice Groen

Leestijd:  10 min.

Ik ben op… Het is zondag en ben blij dat ik morgen weer aan het werk mag en kan. Ik zat net die week in mijn ‘maandelijkse tijdelijke depressie’, waardoor ik helaas niet volledig kon genieten, laat staan uitrusten. 

“Heb je het leuk gehad in Callantsoog?” “Jazeker, was heerlijk”, antwoord ik kort. Het was fijn, althans de eerste dagen. “Ben je een beetje bijgetankt?” “Helemaal”, maar eigenlijk geef ik het sociaal wenselijke antwoord. “Nog lekker terrasje gepakt?” “Absoluut” was het laatste korte antwoord dat ik er nog uit kon gooien. 

Ik kon niet meer

Voor mijn directe collega’s heb ik een tijd geleden mijn masker van de ‘immer vrolijke’ al af durven zetten. Ik deelde mijn verhaal dat ik sinds 2 jaar weet dat ik een hormonaal probleem heb, dat PMDD heet. Dit betekent dat ik na de eisprong me minder goed ga voelen en in de week voordat ik ga menstrueren verander in, zoals ik mezelf noem, een hormonale heks. Ik heb dit, als ik terugdenk, al 14 jaar (na de geboorte van mijn eerste dochter). Ik ontdekte dit “hokje” bij toeval, omdat ik echt vastliep bij de psycholoog en aangaf dat ik opgenomen wilde worden. Ik kon niet meer. Ik was op. Gelukkig voorkwam een consult bij de psychiater deze stap en werd eindelijk bevestigd wat ik altijd al vermoedde. 

 

Vrijwel geen behandeling

PMDD is lastig te diagnosticeren, omdat je niet aaneengesloten depressief bent. De gebruikelijke tests bij de psycholoog zijn niet toereikend. De hulp bij PMS-achtige klachten is zeker niet toereikend. Slechts een link met mijn schildklierprobleem, de verhalen van andere vrouwen en het bijhouden van je symtomen in een dagboekje kunnen de diagnose bestendigen. Er is geen specifiek medicijn voor. De behandelingen die nu toegepast worden lopen erg uiteen en dan nog, is het trial and error, zoeken wat het beste bij je past. De klachten zullen verdwijnen na de overgang is wat mij bekend is.

 

Een week erg depressief

In mijn slechte week ben ik depressief, is alles zwart, ben ik extreem moe, stijf, boos op iedereen, kan ik niet relativeren en voelt het alsof iemand anders bezit van me neemt. Als die periode voorbij is, bruis ik weer van de energie en creativiteit en voel ik me weer mezelf. Het verschil is zo groot dat ik mezelf daarom het stempel manisch heb gegeven. Omdat ik niet wist wat er gebeurde, zette ik het masker op en vocht mezelf er doorheen. Nu ik ouder word, kan ik niet meer vechten en wil het ook niet meer. 

Sociaal isolement

Door dit hormonale gedoe ben ik veel verloren: geliefden, vrienden en vriendinnen. Ik raakte in een sociaal isolement. De laatste jaren heb ik alles afgezegd, gewoonweg omdat ik het niet kon opbrengen en het liefst in mijn eigen bubbel zat en nog zit. Onbegrip maakte deze afzondering nog erger.  

 

Leukste baan

Heel voorzichtig ben ik mijn verhaal meer gaan uitspreken naar collega’s en in mijn team. Ik vond dat heel spannend en was bang voor onbegrip. Het komt immers iedere maand terug. Gelukkig reageert iedereen heel lief en zorgzaam. Toen we meer gingen thuiswerken, merkte ik pas hoe fijn dat voor mij is. Op de slechte dagen, kan ik gewoon vanaf mijn bankje werken, verstop ik me in mijn hoodie en kan ik zelfs mijn camera even uitdoen. En geef me soms eraan over door overdag even te slapen. In mijn goede weken geef ik volop gas. Ik vind het heerlijk om te werken en zoals al mijn collega’s weten heb ik de leukste baan en werk ik met plezier voor 120%.  

Hoe gaat het echt met je? Praat erover!

Op mijn werk begeleid ik iedere dag anderen in hun werk. Vanuit een open blik kijk ik naar wat teams en individuen nodig hebben om prettig te werken, waarin er aandacht is voor efficiëntie en resultaatgerichtheid, maar bovenal bevlogenheid. Ik nodig mensen uit met elkaar in gesprek te gaan en bij elkaar in te checken, te vertellen hoe het daadwerkelijk met je gaat. Vanuit die veiligheid, volgt de rest. In je heelheid mag je jezelf zijn op je werk en in je privéleven. Van oudsher zijn we het gewend geraakt om ons anders voor te doen op het werk dan dat we thuis zijn. Vroeger ging de man in pak en een hoed naar het werk en als hij thuiskwam, zette hij letterlijk zijn werkhoed af. Tegenwoordig zijn er al veel meer mensen “heel” op het werk. Ze dragen waar ze zichzelf prettig in voelen en delen lief en leed met elkaar. Toch wordt het nog niet altijd als professioneel gezien wanneer je je kwetsbaarheid toont. Immers, wat er thuis gebeurt, heeft men op het werk toch niks mee te maken, klinkt nog vast bekend in de oren. 

 

‘Koffie Corona’ met collega’s

Iedere ochtend drink ik met een aantal collega’s om 09:15 uur een ’Koffie Corona’, waarin we in een kwartier aandacht hebben voor elkaar. Door je uit te spreken over wat zich in je privéleven afspeelt, kweek je begrip bij je teamgenoten en je andere collega’s. Ze kunnen een luisterend oor bieden en een stapje extra zetten, zodat jij je energie wat kunt sparen. En jij kunt dat weer doen op het moment dat een ander het nodig heeft. 

 

Vergeet dat nooit!

Twee jaar geleden schreef ik een mail naar mezelf, nadat ik bij de psychiater was geweest en me voor het eerst weer mezelf begon te voelen;

“Vergeet niet dat je de laatste tijd 3 keer per dag onder de douche stond omdat je het koud had, omdat je hoofd het niet meer aan kon, omdat je moest huilen, slaan, schoppen. Vergeet niet dat je de laatste tijd alleen maar in je bed wilde blijven liggen omdat je bang was schade aan te richten. Vergeet niet dat je niet meer met anderen om wilde gaan omdat je bang was dat je de hele tijd zou huilen. Vergeet niet dat je het liefst alleen thuis wilde zijn en dat je een klein handjevol mensen had waarbij je jezelf kon zijn. Vergeet ook niet dat je relaties niet kon onderhouden. Vergeet niet dat je je zo alleen voelde! En vergeet niet dat je zelfs de liefde voor je kinderen kwijt was. Vergeet niet dat je het altijd al hebt geweten, 12 jaar lang. Zonder dat ik wist dat men dit nu gebruikt om PMDD te diagnosticeren, hield ik al een dagboekje bij. Je was niet gek… Vergeet dat nooit!”

 

Helaas is dit gevoel er nog steeds, maar nu weet ik gelukkig dat het tijdelijk is.